Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling
“Gaat niet goed, al langere tijd niet. Heeft vnl met werk te maken. Is voorvrouw bij schoonmaakbedrijf, al jaren veel opgevangen voor anderen, voelt zich erg verantwoordelijk. Echter wanneer ze aangeeft dat bepaalde zaken anders/beter kunnen heeft zij het gevoel dat er niet wordt geluisterd. Hierdoor al langer oplopende spanning. Recentelijk door hevige griep erg ziek geweest en in die periode zich willen ziekmelden, echter melding werd door werkgever meerdere malen niet geaccepteerd. Dit is bij haar heel hard binnengekomen. Problemen met concentratie, veel huilen, prikkelbaar, slaapt niet, hoofdpijn, haaruitval. Nadat ze terugkwam op het werk heeft werkgever aangegeven dat ze geen voorvrouw meer was. Ook dit was ene flinke klap, sindsdien gaat het slechter, werk lukte ook niet, geen concentratie. Zich nu ziek gemeld, (…)”;
New Hairstyle). Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.
4.De beslissing
- het op 27 maart 2023 gegeven ontslag op staande voet per 10 maart 2023 niet rechtsgeldig is, zodat sprake is van een onregelmatige opzegging en ernstig verwijtbaar handelen door [verweerster01] ;
- [verweerster01] geen rechten meer kan ontlenen aan het in artikel 11 van Pro de arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentiebeding;