Eiser, voormalig carrosseriebouwer, heeft meerdere keren een WIA-uitkering aangevraagd na beëindiging wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Zijn laatste aanvraag per 1 juni 2021 werd door het UWV afgewezen omdat geen sprake was van toegenomen beperkingen door dezelfde ziekteoorzaak als bij eerdere beoordelingen.
De rechtbank beoordeelde het beroep op basis van medische rapportages van verzekeringsartsen die concludeerden dat de long- en hartklachten van eiser niet binnen de relevante periode waren ontstaan en dat zijn psychische klachten en alcoholgebruik niet significant waren toegenomen. Eiser had geen nieuwe medische stukken overgelegd ter onderbouwing van zijn stelling.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat de afwijzing terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard, eiser kreeg geen griffierecht of proceskosten vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter M. Snoeks op 10 augustus 2023 en is openbaar gemaakt.