Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 september 2023 in de zaak tussen
[eiseres] v.o.f., uit [plaats] , eiseres
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder.
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Beoordeling door de rechtbank
Eiseres voert hiertegen aan dat januari 2020 niet een representatieve maand was vanwege de overstap naar de payrollconstructie. De rechtbank overweegt hierover dat de tegemoetkoming op grond van artikel 7, eerste lid, gelezen in combinatie met artikel 10, van de Now-1 wordt berekend op grond van de loonkosten in de referentiemaand januari 2020. Indien er geen loonkosten bekend zijn in januari 2020, worden de loonkosten in de maand november 2019 gehanteerd. De minister heeft in het verweerschrift terecht opgemerkt dat daarvan niet kan worden afgeweken. Aangezien er van eiseres wel loonkosten bekend zijn over januari 2020, heeft de minister januari 2020 terecht als referentiemaand gehanteerd.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 1 augustus 2022;
- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat de minister het griffierecht van € 365,- aan eiseres moet vergoeden.
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
2. Indien de loonsom bedoeld onder de constante C lager is dan driemaal de loonsom als bedoeld onder de constante B in het eerste lid, wordt de subsidie verlaagd met:
[…]