Belanghebbende, een in België wonende dermatoloog en dga van een Nederlandse vennootschap, verkocht in 2016 zijn aandelen in die vennootschap. Een deel van de koopprijs bestond uit de overname van een schuld die belanghebbende aan de vennootschap had. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op waarbij het inkomen uit aanmerkelijk belang werd gecorrigeerd met €885.571, stellende dat sprake was van verkapt dividend.
De rechtbank oordeelt dat de bewijslast omgekeerd en verzwaard is vanwege inhoudelijke gebreken in de aangifte en het bewustzijn van belanghebbende daarvan. Echter, de inspecteur heeft onvoldoende onderbouwd dat de schatting van het inkomen uit aanmerkelijk belang redelijk is. De rechtbank verwerpt de door de inspecteur ingeroepen leerstukken van relatieve simulatie, zelfstandige fiscale kwalificatie en fraus tractatus.
De rechtbank concludeert dat het heffingsrecht over de vervreemdingswinst aan België toekomt en vermindert de navorderingsaanslag tot nihil voor het inkomen uit aanmerkelijk belang. De belastingrentebeschikking wordt overeenkomstig verminderd. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.