ECLI:NL:RBZWB:2023:7028
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens ontbreken gezagsverhouding in zorgovereenkomst familierelatie
Eiseres heeft een WW-uitkering aangevraagd na beëindiging van een zorgovereenkomst met haar zoon, waarin zij zorg verleende. Het UWV heeft dit geweigerd omdat geen sprake was van een gezagsverhouding, een vereiste voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking en daarmee verzekeringsplicht onder de WW.
De rechtbank overweegt dat hoewel eiseres arbeid heeft verricht en loon ontving, het ontbreken van bindende instructies en controle door haar zoon, mede door diens beperkingen, betekent dat geen gezagsverhouding bestond. De familierelatie overheerste de arbeidsrelatie, waardoor geen arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 BW Pro aanwezig was.
Eiseres voerde ook een beroep op het evenredigheidsbeginsel en indirecte discriminatie, maar de rechtbank achtte deze niet relevant omdat haar situatie niet vergelijkbaar was met eerdere jurisprudentie. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van het UWV dat eiseres geen recht heeft op een WW-uitkering vanaf 24 december 2021.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van een gezagsverhouding en dus geen WW-uitkering wordt toegekend.