Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de Belastingdienst/Toeslagen op haar bezwaarschriften, ondanks een eerdere rechterlijke termijn van drie weken gesteld op 11 mei 2023.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. De rechtbank legt verweerder op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen op alle bezwaarschriften.
Daarnaast wordt aan verweerder een dwangsom opgelegd van €250 per dag met een maximum van €37.500, conform het landelijke beleid. Verweerder kan niet rekenen op een lagere dwangsom vanwege capaciteitsproblemen.
De rechtbank verklaart zich onbevoegd om de hoogte van de verbeurde rechterlijke dwangsom vast te stellen, omdat dit onder de burgerlijke rechter valt. Tot slot wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €418,50 en het griffierecht van €50 aan eiseres.