ECLI:NL:RBZWB:2023:9179
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke uitspraak over aanvullende compensatie kinderopvangtoeslag en wettelijke rente
Eiser heeft beroep ingesteld tegen besluiten van Belastingdienst/Toeslagen over aanvullende compensatie voor werkelijke schade in het kader van de toeslagenaffaire. De rechtbank bouwt voort op een eerdere tussenuitspraak en beoordeelt of de gebreken in de bestreden besluiten zijn hersteld.
De rechtbank oordeelt dat de schadeposten inkomensschade 2013 en immateriële schade hoger moeten worden vastgesteld, evenals de schadepost levensloop-hypotheek. Over deze bedragen is wettelijke rente verschuldigd vanaf specifieke data, waarbij de rechtbank de rente berekening conform het Burgerlijk Wetboek voorschrijft. Ook wordt een 1%-vergoeding over de schadebedragen toegekend.
Eiser heeft betoogd dat ook inkomens- en pensioenschade vanaf 2015 en schade van zijn echtgenote vergoed moeten worden, maar de rechtbank vindt onvoldoende bewijs voor een causaal verband met de toeslagenproblematiek en blijft bij haar eerdere oordeel.
Nieuwe schadeposten die na de tussenuitspraak zijn ingediend worden niet in behandeling genomen wegens strijd met de goede procesorde.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de bestreden besluiten voor genoemde schadeposten, stelt de schadebedragen en wettelijke rente vast, en draagt Belastingdienst/Toeslagen op tot betaling van griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de schadevergoedingen inclusief wettelijke rente worden verhoogd en toegewezen.