Eiser heeft op 13 juni 2022 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van zijn situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet tijdig op dit verzoek beslist. Eiser heeft verweerder op 21 augustus 2023 in gebreke gesteld en sindsdien is de beslistermijn overschreden.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een vooraankondiging te verzenden, gevolgd door een besluit binnen twee weken na ontvangst van een eventuele zienswijze van eiser.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat verweerder de termijnen overschrijdt. Verweerder wordt ook veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 437,50 en het griffierecht van € 51,- aan eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 29 februari 2024.