Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag over de jaren 2010 tot en met 2019. De Belastingdienst heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit bezwaar beslist. Nadat eiseres de Belastingdienst op 8 januari 2024 in gebreke stelde, bleef een besluit uit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat de Belastingdienst binnen zes weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op, met een maximum van € 15.000,-, voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de Belastingdienst tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres, waarbij een forfaitaire vergoeding van € 437,50 wordt toegekend. De rechtbank ziet geen bijzondere omstandigheden voor een hogere vergoeding.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op 5 april 2024 door rechter R.P. Broeders. Partijen kunnen binnen zes weken verzet aantekenen tegen deze uitspraak.