Eiseres heeft op 5 oktober 2022 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks ingebrekestelling op 5 oktober 2023, die op 6 oktober 2023 door verweerder is ontvangen. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep kennelijk gegrond.
De rechtbank legt op grond van artikel 8:55d van de Awb een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak op voor het verzenden van een vooraankondiging door verweerder. Eiseres kan tegen deze vooraankondiging een zienswijze indienen binnen zes weken. Vervolgens moet verweerder binnen twee weken na ontvangst van de zienswijze of na het verstrijken van de termijn van zes weken een besluit nemen.
De rechtbank acht deze termijn passend gezien de reële mogelijkheden van verweerder en het belang van eiseres om binnen afzienbare tijd duidelijkheid te krijgen. Tevens wordt verweerder een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de termijnen worden overschreden, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt ook veroordeeld tot betaling van het griffierecht en proceskostenvergoeding aan eiseres.