Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord inclusief producties.
2.De feiten
3.Het geschil
I. PMI te veroordelen tot betaling van het achterstallig loon van € 5.610,57 bruto onder overlegging van een deugdelijke specificatie;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Werknemer trad in dienst als Manager Security bij PMI en werd tijdens een opdracht in Spanje aangehouden en in uitleveringsdetentie geplaatst van 20 juni tot 28 juli 2023. Gedurende de detentie hield PMI het loon over 20 juni tot 11 juli 2023 in en verrekende dit met latere loonbetalingen.
Werknemer vorderde betaling van het ingehouden loon, een wettelijke verhoging en rente, en een verbod op toekomstige verrekeningen. Hij stelde dat verrekening onrechtmatig was en in strijd met goed werkgeverschap.
De kantonrechter oordeelde dat de detentie een redelijke grond voor looninhouding vormde conform artikel 7:628 lid 1 BW Pro en dat PMI de verrekening op correcte wijze had toegepast volgens artikel 7:632 lid 1 en Pro 2 BW. De spreiding over drie maanden hield voldoende rekening met de belangen van werknemer.
De vordering werd daarom afgewezen en werknemer werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door rechter Kool en op 11 april 2024 uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot betaling van achterstallig loon wordt afgewezen omdat de werkgever het loon terecht mocht verrekenen.