Eiseres heeft op 10 maart 2021 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, ondanks ingebrekestelling op 10 maart 2022. De rechtbank verklaart het beroep kennelijk gegrond en bepaalt dat de Belastingdienst binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een vooraankondiging moet verzenden en binnen twee weken na de zienswijzetermijn een besluit moet nemen.
De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van deze termijnen, met een maximum van €15.000. Tevens wordt de Belastingdienst veroordeeld tot betaling van €437,50 aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht van €51 aan eiseres.
De rechtbank overweegt dat een langere beslistermijn dan de standaard twee weken gerechtvaardigd is vanwege het grote aantal aanvragen en sluit aan bij recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is geen aanleiding om af te wijken van de forfaitaire proceskostenvergoeding, omdat geen bijzondere omstandigheden zijn vastgesteld.
De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders en openbaar gemaakt op 5 april 2024. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.