Eiseres heeft op 2 januari 2023 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende schadevergoeding. De Belastingdienst/Toeslagen heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn op dit verzoek beslist. Na een ingebrekestelling op 3 januari 2024, die op 5 januari 2024 is ontvangen, verstreken twee weken zonder besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. Op grond van artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht moet de Belastingdienst binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit nemen. Gezien het grote aantal aanvragen acht de rechtbank een termijn van zes weken redelijk.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €51 en proceskosten van €437,50 aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 5 april 2024.