Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 4 april 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres is sinds 2007 in dienst als haarstylist allround bij gedaagde en is sinds 27 mei 2021 arbeidsongeschikt. Zij stelt dat zij per 8 juli 2023 arbeidsgeschikt was en vordert loonbetaling over juli 2023 tot en met februari 2024, inclusief wettelijke verhoging en rente, en toelating tot werk zodra de bedrijfsarts haar daartoe in staat acht.
Gedaagde betwist dat eiseres arbeidsgeschikt was en stelt dat zij slechts passende werkzaamheden verrichtte in het kader van re-integratie, niet de bedongen arbeid. Ook betwist gedaagde dat een nieuwe arbeidsduur van 20 uur per week is overeengekomen en wijst op extra pauzes en een productiviteitspercentage van 51%.
De kantonrechter oordeelt dat eiseres onvoldoende onderbouwt dat zij per 8 juli 2023 arbeidsgeschikt was en dat geen nieuwe arbeidsduur is overeengekomen. De werkzaamheden waren passende re-integratiearbeid. Na 104 weken ziekte is gedaagde niet meer verplicht loon door te betalen bij ziekte. De loonvorderingen en het verzoek tot toelating tot werk worden afgewezen.
Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. Van der Lende-Mulder Smit en op 18 april 2024 uitgesproken.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de loonvorderingen en het verzoek tot toelating tot werk af wegens onvoldoende bewijs van arbeidsgeschiktheid en geen nieuwe arbeidsduur.