Eiseres heeft op 31 mei 2021 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, ondanks ingebrekestelling op 6 november 2023. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en vernietigt het niet tijdig genomen besluit.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op voor het verzenden van een vooraankondiging en daarna twee weken voor het nemen van een definitief besluit, rekening houdend met het grote aantal aanvragen bij de Belastingdienst. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000 voor het overschrijden van deze termijnen.
Daarnaast stelt de rechtbank de door de Belastingdienst reeds verschuldigde bestuurlijke dwangsom vast op €1.442, omdat meer dan 42 dagen zijn verstreken sinds de ingebrekestelling. De Belastingdienst wordt veroordeeld tot betaling van €437,50 aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht van €50 aan eiseres.