Eiseres, een werknemer die wegens ziekte niet kon werken, vorderde betaling van loon over februari 2024, een wettelijke verhoging, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten van haar werkgever. De werkgever betaalde het loon pas nadat de procedure was gestart en verscheen niet op de zitting, waardoor verstek werd verleend.
De kantonrechter oordeelde dat de vordering spoedeisend was en dat de stellingen van eiseres als juist moesten worden aangenomen. Uit de communicatie bleek dat eiseres haar werkgever tijdig had geïnformeerd over haar ziekte. De wettelijke verhoging werd toegewezen, maar gematigd tot 25% vanwege de omstandigheden rondom de ziekmelding.
Daarnaast werden de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente over het te laat betaalde loon toegewezen. Ook werd de werkgever veroordeeld tot betaling van het salaris vanaf april 2024 tot het einde van de arbeidsovereenkomst en de proceskosten. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.