Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een afwijzende beschikking eerste toets toeslag van 21 juli 2023 en stelde dat de Belastingdienst niet binnen de wettelijke termijn had beslist. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn, inclusief verlenging, op 24 november 2023 was verstreken. Eiseres stelde de Belastingdienst vervolgens in gebreke op 5 januari 2024, waarna zij binnen twee weken alsnog moest beslissen.
De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond en bepaalt dat de Belastingdienst binnen zeven weken na verzending van het vonnis alsnog een besluit moet nemen. Deze termijn is verlengd vanwege het grote aantal bezwaarschriften dat de Belastingdienst moet behandelen, in aansluiting op recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van de beslistermijn, met een maximum van €15.000. De Belastingdienst wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van in totaal €488,50 aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 25 maart 2024.