Eiseres heeft op 30 maart 2021 een verzoek ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Dienst Toeslagen heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, waarna eiseres op 1 februari 2024 een ingebrekestelling stuurde. Na ontvangst hiervan op 7 februari 2024 verstreken twee weken zonder besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat de Dienst Toeslagen alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien het grote aantal aanvragen stelt de rechtbank een termijn van twaalf weken voor het verzenden van een vooraankondiging en daarna twee weken voor het nemen van het definitieve besluit, met een mogelijkheid voor eiseres om een zienswijze in te dienen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de termijnen worden overschreden, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres. De uitspraak is zonder zitting gedaan en openbaar gemaakt op 24 april 2024.