Eiseres heeft op 15 juli 2022 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke termijn op deze aanvraag beslist. Na een ingebrekestelling op 1 februari 2024 is de beslistermijn nog steeds overschreden.
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk gegrond en bepaalt dat verweerder binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een vooraankondiging moet doen, gevolgd door een besluit binnen twee weken na ontvangst van een eventuele zienswijze of na het verstrijken van de termijn voor het indienen daarvan. Tevens wordt een dwangsom opgelegd van €100 per dag bij overschrijding van deze termijnen, met een maximum van €15.000.
Verder stelt de rechtbank de reeds verschuldigde bestuurlijke dwangsom vast op €1.442,- en veroordeelt verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De rechtbank wijst een forfaitaire proceskostenvergoeding toe, omdat geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken die een hogere vergoeding rechtvaardigen.