Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking kinderopvangtoeslag over de jaren 2011 tot en met 2013. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit bezwaar beslist. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat verweerder de beslistermijn van 22 januari 2024 heeft overschreden.
De rechtbank legt aan verweerder op om binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000,-, voor elke dag dat de beslissing uitblijft na het verstrijken van de termijn.
Verder wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 437,50 en het griffierecht van € 51,- aan eiseres. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en past een redelijke termijn toe gezien het grote aantal bezwaarschriften dat verweerder moet behandelen.