Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaarschriften tegen afwijzende beschikkingen kinderopvangtoeslag over de jaren 2006 tot en met 2009.
De rechtbank stelt vast dat op het bezwaar tegen de beschikking van november 2022 inmiddels is beslist, waardoor dat deel van het beroep niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan belang. Het beroep tegen het uitblijven van een besluit op het bezwaar van augustus 2023 is echter gegrond, omdat de Belastingdienst niet binnen de wettelijke beslistermijn heeft beslist ondanks ingebrekestelling.
De rechtbank legt een termijn van zes weken na verzending van het vonnis op waarbinnen de Belastingdienst alsnog moet besluiten. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor overschrijding van deze termijn. Daarnaast wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.