ECLI:NL:RBZWB:2024:3308
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Zander
- Rechtspraak.nl
Toewijzing transitievergoeding, vakantietoeslag en vakantiedagen met matiging wettelijke verhoging
De verzoekster was sinds 1 juli 2016 in dienst als bedrijfsleider bij de verweerster en verdiende een bruto maandsalaris van € 2.098,34 exclusief vakantiegeld. Na ziekmelding op 17 april 2023 ontving zij vanaf september 2023 een ziektewetuitkering. De werkgever diende op 6 oktober 2023 een ontslagaanvraag in bij het UWV wegens bedrijfseconomische redenen, welke op 7 november 2023 werd toegekend. De arbeidsovereenkomst werd opgezegd per 5 december 2023.
De verzoekster vorderde betaling van de transitievergoeding, vakantietoeslag, opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen en proceskosten. De kantonrechter stelde vast dat de verweerster geen inhoudelijk verweer voerde tegen de transitievergoeding en vakantietoeslag, waardoor deze bedragen werden toegewezen. Ten aanzien van de vakantiedagen werd vastgesteld dat de verzoekster recht had op 25 dagen per jaar, waarvan 15 waren opgenomen, zodat zij aanspraak maakte op 10 niet-genoten dagen.
De wettelijke rente werd toegewezen vanaf het moment van opeisbaarheid. De wettelijke verhoging over vakantiedagen en vakantietoeslag werd gematigd tot 15% vanwege het ontbreken van betalingsonwil bij de werkgever. Betalingsonmacht werd door de kantonrechter niet als vrijstelling van verplichtingen gezien. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen en proceskosten, en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van transitievergoeding, vakantietoeslag, niet-genoten vakantiedagen met een gematigde wettelijke verhoging en proceskosten.