ECLI:NL:RBZWB:2024:3544
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm bij hoofdverblijf in woning ouders en overschrijding redelijke termijn
Eiser betwistte het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen om zijn bijstandsuitkering in te trekken en de kostendelersnorm toe te passen. De rechtbank stelde in een tussenuitspraak vast dat het college onvoldoende had aangetoond dat eiser geen zelfstandige woning had en gaf het college de gelegenheid dit te herstellen.
Na aanvullend onderzoek en een huisbezoek concludeerde het college dat eiser geen zelfstandige woning bewoont, omdat hij geen eigen keuken heeft, geen aparte ingang kon worden vastgesteld en de badkamer wordt gedeeld met zijn ouders. De rechtbank oordeelde dat de kostendelersnorm terecht werd toegepast omdat eiser hoofdverblijf heeft in dezelfde woning als zijn ouders, die als kostendelende medebewoners gelden.
Verder stelde eiser dat de redelijke termijn voor de bezwaar- en beroepsprocedure was overschreden. De rechtbank constateerde een overschrijding van ongeveer 2,5 jaar en kende eiser een schadevergoeding toe van € 2.500, die gelijkelijk werd verdeeld tussen het college en de Staat.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand vanwege de herstelde motivering. Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand; eiser krijgt schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.