ECLI:NL:RBZWB:2024:3940
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op aftrek voorbelasting bij verhuur werkruimtes aan eigen holding
Belanghebbende, statutair bestuurder van een holding, verhuurt werkruimtes en een archiefruimte in zijn woning aan die holding. Hij claimde aftrek van voorbelasting over de bouw- en inrichtingskosten van deze ruimtes. De inspecteur corrigeerde deze aftrek en handhaafde naheffingsaanslagen en teruggaafbeschikkingen.
De rechtbank beoordeelde of belanghebbende als ondernemer in de zin van artikel 7 Wet Pro OB kwalificeert voor de verhuur van deze ruimtes. Vast stond dat belanghebbende een arbeidsovereenkomst had met de holding en dat de werkruimtes feitelijk werden gebruikt voor zijn werkzaamheden binnen die dienstbetrekking. De rechtbank concludeerde dat de verhuur niet zelfstandig buiten de dienstbetrekking plaatsvond, waardoor geen ondernemerschap voor de omzetbelasting bestond.
Belanghebbende verwees naar het recent Besluit van de Staatssecretaris van Financiën over belast verhuren van werkkamers, maar dit kon niet leiden tot een ander oordeel. Ook het beroep op het neutraliteitsbeginsel faalde, omdat de situatie van een directeur-grootaandeelhouder met dienstbetrekking niet gelijkgesteld kan worden aan een eenmanszaak of v.o.f.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, handhaafde de naheffingsaanslagen en teruggaafbeschikkingen en wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Belanghebbende kwalificeert niet als ondernemer voor de omzetbelasting en heeft geen recht op aftrek van voorbelasting.