Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 13 juni 2024 in de zaak tussen
de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur,
de Staat (Minister van Justitie en Veiligheid), de Minister.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
Article 4. Duties, rights and obligations(…)
- [bedrijf 2] : 869.200 aandelen [Plc.] , met een marktwaarde op 12 augustus 2014 van € 25.989.401;
- [bedrijf 2] : 900.000 aandelen [N.V. 1] , met een marktwaarde op 25 augustus 2014 van € 51.165.639;
- [bedrijf 2] : 2.000.000 aandelen [N.V. 2] met een marktwaarde op 25 november 2014 van € 64.440.000;
- [Ltd. 3] : 2.000.000 aandelen [N.V. 2] , met een marktwaarde op 3 februari 2015 van € 76.680.960;
- [Ltd. 3] : 400.000 aandelen [N.V. 3] , met een marktwaarde op 28 april 2015 van € 24.652.308;
- [Ltd. 3] , 7.600.000 aandelen [N.V. 4] , met een marktwaarde op 9 augustus 2016 van € 2.188.800.
Motivering
- bij hem geen naheffing kan plaatsvinden van dividendbelasting die eerder aan een derde is teruggegeven;
- de bij hem nageheven dividendbelasting al eerder was begrepen in de overige beschikkingen (zie 1.2), hetgeen volgens hem in strijd is met artikel 20, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR);
- hij is aan te merken als een vrijgesteld pensioenfonds, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb);
- artikel 63, eerste lid, van het VWEU meebrengt dat hij niet zwaarder belast mag worden dan een met hem vergelijkbare ingezeten belastingplichtige die is onderworpen aan de vennootschapsbelasting (drukvergelijking).
- Belanghebbende nam actief deel aan het economische (beurs)verkeer (zie 3.9 en 3.10).
- Er is specifieke kennis nodig om te beleggen zoals belanghebbende dat deed. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de aandelen (vrijwel) volledig waren gefinancierd met vreemd vermogen (zie 3.11), dat belanghebbende de aandelen kort vóór de record date kocht van [Ltd. 3] en [bedrijf 2] om de aandelen na ontvangst van de uitgekeerde dividenden weer aan [Ltd. 3] en [bedrijf 2] te verkopen (zie 3.10) en dat het risico op waardeverandering van de aandelen door belanghebbende door middel van ‘price return swaps’ werd afgedekt (zie 3.10);
- Het rendement op de beleggingen van belanghebbende was zeer hoog (zie 3.6), waarbij belanghebbende een hoog financieel risico loopt indien dividendbelastingteruggaves moeten worden terugbetaald.