ECLI:NL:RBZWB:2024:4016
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslagen dividendbelasting wegens schending vertrouwensbeginsel en toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende, een in Canada gevestigd pensioenfonds, was betrokken bij een geschil over naheffingsaanslagen dividendbelasting over de jaren 2013 tot en met 2015. De inspecteur had aanvankelijk teruggaafverzoeken deels geweigerd, maar na bezwaar alsnog teruggaaf verleend, waarna naheffingsaanslagen werden opgelegd. De rechtbank beoordeelde of het vertrouwensbeginsel door de inspecteur was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat de communicatie van de inspecteur in 2015, met name de toezeggingen van inspecteur 6, het vertrouwen van belanghebbende had gewekt dat de teruggaaf terecht was, ondanks twijfels over objectieve vergelijkbaarheid met Nederlandse pensioenlichamen. Dit vertrouwen werd door de naheffingsaanslagen geschonden, waardoor deze vernietigd moesten worden. De belastingrentebeschikkingen werden eveneens vernietigd.
Daarnaast werden de bezwaren tegen overige beschikkingen niet-ontvankelijk verklaard omdat belanghebbende niet de rechthebbende was. De rechtbank kende belanghebbende een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van ruim twee jaar in bezwaar- en beroepsprocedures. Tevens werd proceskostenvergoeding toegekend aan belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen en belastingrentebeschikkingen worden vernietigd wegens schending vertrouwensbeginsel en belanghebbende krijgt immateriële schadevergoeding toegekend.