ECLI:NL:RBZWB:2024:4521
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Van Dam
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslag op staande voet wegens ontbreken bedrijfsartsbeoordeling bij burn-out
Een werknemer, werkzaam als stellingmonteur, werd op 15 december 2023 op staande voet ontslagen nadat hij kort na zijn ziekmelding wegens burn-out een concert had bezocht. De werkgever stelde dat de werknemer zijn werkzaamheden weigerde te hervatten en dat het concert het vertrouwen in de ziekmelding ondermijnde. De werknemer betwistte het ontslag en stelde dat de werkgever geen bedrijfsarts had geraadpleegd om zijn arbeidsongeschiktheid te beoordelen, waardoor het ontslag onrechtmatig was.
De kantonrechter oordeelde dat een ontslag op staande voet een uiterst middel is dat alleen geldig is bij een dringende reden. In dit geval ontbrak een dergelijk dringende reden omdat de beoordeling van arbeidsongeschiktheid uitsluitend aan een bedrijfsarts toekomt die de werknemer persoonlijk moet hebben gesproken. De door de werkgever geraadpleegde bevriende arts had de werknemer niet gezien, waardoor het ontslag niet rechtsgeldig was.
De arbeidsovereenkomst bleef daardoor voortbestaan na 15 december 2023 en de werkgever werd veroordeeld het loon door te betalen vanaf 16 december 2023 tot het moment van rechtsgeldige beëindiging, met inachtneming van de cao-bepalingen over loon bij arbeidsongeschiktheid. Tevens moest de werkgever de loonstroken over de periode december 2022 tot en met december 2023 verstrekken en werd hij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de werkgever moet het loon doorbetalen tot rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst.