Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2007 tot en met 2016, waarbij het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen werd vastgesteld. De inspecteur verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken. Daarnaast wees de inspecteur de verzoeken om ambtshalve vermindering van de aanslagen over de jaren 2010 tot en met 2016 af wegens overschrijding van de vijfjaarstermijn.
De rechtbank bevestigt dat de bezwaren niet tijdig zijn ingediend en dat de overschrijding niet verschoonbaar is, ondanks het beroep van belanghebbende op het kerstarrest van de Hoge Raad. Voor de jaren 2007 tot en met 2009 is bezwaar tegen ambtshalve vermindering niet mogelijk omdat de wettelijke grondslag daarvoor pas vanaf 2010 bestaat.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht de bezwaren niet-ontvankelijk heeft verklaard en de verzoeken om ambtshalve vermindering terecht heeft afgewezen. De aanslagen en belastingrentebeschikkingen blijven derhalve ongewijzigd in stand. Belanghebbende krijgt geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding.