Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda om haar aanvraag voor een energietoeslag af te wijzen. Het college had de aanvraag op 27 oktober 2022 afgewezen en het bezwaar op 13 april 2023 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep op 15 maart 2024 behandeld en beoordeelt of het college het besluit terecht heeft genomen.
Eiseres betoogt dat de studiefinanciering, die zij als lening met rente moet terugbetalen, ten onrechte als inkomen is meegeteld bij de vaststelling van haar recht op energietoeslag. Zij stelt dat dit onredelijk, willekeurig en discriminerend is, mede omdat de Belastingdienst de studielening niet als inkomen meerekent bij andere toeslagen. Ook voert zij aan dat het college had moeten afzien van het volledig meetellen van haar inkomsten en wijst zij op verschillen in inkomensgrenzen tussen gemeenten.
Het college stelt dat de studiefinanciering volgens artikel 33, tweede lid, van de Participatiewet als inkomen moet worden meegeteld en dat eiseres in de referentieperiode een inkomen had dat hoger was dan 130% van de bijstandsnorm. De rechtbank volgt het college en overweegt dat het college beleidsvrijheid heeft bij de toepassing van de energietoeslag. De rechtbank wijst het beroep af omdat het college de wet en het beleid correct heeft toegepast en de studiefinanciering terecht als inkomen heeft meegeteld.