Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de beschikking aanvullende werkelijke schadevergoeding van 6 juli 2022. Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, ondanks een ingebrekestelling van 9 november 2023. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat verweerder de beslistermijn van twaalf weken plus verlenging met zes weken heeft overschreden.
De rechtbank legt verweerder op binnen zes weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de termijn wordt overschreden. De reeds verschuldigde bestuurlijke dwangsom van € 1.442,- wordt vastgesteld.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van € 437,50 aan proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht van € 50,- aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 31 januari 2024.