Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag over de jaren 2005 tot en met 2019. De Belastingdienst/Toeslagen heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, ondanks een verlenging van de beslistermijn en een ingebrekestelling door eiser.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat verweerder binnen zes weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000,-, en wordt een reeds verschuldigde bestuurlijke dwangsom van € 1.442,- vastgesteld.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op 31 januari 2024.