Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag over 2011. De Belastingdienst/Toeslagen heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, ondanks een verlenging van de beslistermijn en een ingebrekestelling door eiser.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat de Belastingdienst binnen zes weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de Belastingdienst tot betaling van €437,50 aan proceskosten en de vergoeding van het griffierecht aan eiser. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en motiveert de termijn en dwangsom zorgvuldig.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt, waarbij partijen de mogelijkheid hebben om binnen zes weken verzet aan te tekenen tegen deze uitspraak.
Deze uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming door bestuursorganen en de rechtsbescherming van burgers bij overschrijding van wettelijke termijnen.