Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 15 juli 2024.
2.Het geschil
3.De beoordeling
.De proceskosten van [eiseres] worden daarom vastgesteld op:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze kort gedingprocedure vordert de werknemer een voorschot van €6.000 netto op het achterstallige loon over de maanden maart tot en met juni 2024, vermeerderd met wettelijke rente en een wettelijke verhoging. De werknemer is sinds september 2023 in dienst bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en ontvangt een bruto maandsalaris van €3.000. De werkgever heeft sinds maart 2024 niet het volledige loon betaald, waardoor de werknemer inmiddels ruim drie maanden zonder inkomen zit.
De werkgever is niet verschenen in de procedure en heeft geen verweer gevoerd, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter oordeelt dat de loonvordering een spoedeisend belang heeft en dat de stellingen van de werknemer voorshands niet onrechtmatig of ongegrond zijn. Daarom wordt het gevorderde voorschot toegewezen. De wettelijke verhoging wordt eveneens toegewezen, zij het op een forfaitair bedrag van €1.500, omdat de werknemer dit niet concreet had berekend.
De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dag van dagvaarding. De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten, die worden vastgesteld op €909,00. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Het vonnis is gewezen door rechter Zander en is op 29 juli 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van voorschot op loon, wettelijke verhoging en rente, bij verstek.