Eiseres heeft op 2 mei 2023 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende schadevergoeding. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn op deze aanvraag beslist. Eiseres stelde verweerder op 6 mei 2024 in gebreke, waarna zij binnen twee weken beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden en verweerder nog geen besluit heeft genomen. De rechtbank legt een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak op waarbinnen verweerder alsnog moet beslissen, rekening houdend met het grote aantal aanvragen.
Daarnaast wordt verweerder een dwangsom opgelegd van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Tevens stelt de rechtbank de reeds verschuldigde bestuurlijke dwangsom vast op €1.442. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.