De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 5 augustus 2024 uitspraak gedaan in de beroepen van belanghebbende tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2016 en 2017, inclusief bijbehorende belastingrentebeschikkingen en een verzuimboete.
Belanghebbende werd niet aangemerkt als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige voor 2016, waardoor aftrek van negatieve inkomsten uit een Belgische woning werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur terecht aanslagen heeft vastgesteld op basis van redelijke schattingen van het gebruikelijk loon en inkomen uit aanmerkelijk belang. Belanghebbende leverde onvoldoende tegenbewijs om deze schattingen te weerleggen.
Voor 2017 stelde de rechtbank eveneens dat belanghebbende geen vereiste aangifte had gedaan, waardoor de bewijslast werd omgekeerd en verzwaard. De aanslag berustte op een redelijke schatting. Echter, de verzuimboete van €369 werd vernietigd omdat de inspecteur niet overtuigend had aangetoond dat belanghebbende de aanmaningsbrief had ontvangen.
De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende. De aanslagen blijven in stand, de boete wordt vernietigd.