ECLI:NL:RBZWB:2024:5506
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Zander
- Rechtspraak.nl
Kantonrechter oordeelt over verlenging arbeidsovereenkomst COO en onregelmatige opzegging
De werknemer trad op 1 februari 2023 in dienst bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van één jaar als Chief Operating Officer (COO). Volgens de overeenkomst zou binnen negen maanden een evaluatie plaatsvinden om te beslissen over verlenging. In oktober en november 2023 vonden gesprekken plaats waarin het functioneren van de werknemer positief werd beoordeeld en werd gesproken over een mogelijke combinatie van COO en CEO functies met een evaluatie gepland op 1 juli 2024.
Op 24 januari 2024 berichtte de werkgever schriftelijk dat het contract niet zou worden verlengd per 1 februari 2024, wat door de werknemer werd betwist. De werknemer stelde dat er een verlenging tot 1 februari 2025 was overeengekomen, mede gebaseerd op gesprekken en gedragingen van de werkgever. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer de verklaringen en gedragingen van de werkgever redelijkerwijs mocht begrijpen als een voortzetting van de arbeidsovereenkomst na 1 februari 2024.
De opzegging door de werkgever werd gezien als onregelmatig omdat deze zonder redelijke grond en zonder instemming van de werknemer plaatsvond. Hierdoor is de werkgever een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een billijke vergoeding verschuldigd. De billijke vergoeding werd vastgesteld op € 75.000,- bruto, rekening houdend met de korte arbeidsduur en perspectieven van de werknemer op de arbeidsmarkt.
De werknemer vorderde ook schadevergoeding wegens niet-nakoming van een afspraak over aandelen in de moedermaatschappij. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer geen recht meer had op de aandelen na beëindiging van het dienstverband en dat de werkgever niet in verzuim was voor nakoming, waardoor deze vordering werd afgewezen.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van de billijke vergoeding, vergoeding wegens onregelmatige opzegging na verrekening, wettelijke rente en proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is verlengd tot 1 februari 2025 en de werkgever is veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging.