Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 135,00
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser was van 20 september 2021 tot 1 december 2023 in dienst bij gedaagde, waarbij de cao Metaal en Techniek Metaalbewerkingsbedrijf van toepassing was verklaard. Er ontstond een geschil over de toekenning van ADV-uren over 2021 en 2022 die niet waren uitbetaald.
De kantonrechter oordeelt dat uit de cao volgt dat werknemers recht hebben op ADV-uren en dat deze bij beëindiging van het dienstverband moeten worden uitbetaald indien niet opgenomen. Gedaagde voerde aan dat de cao slechts was toegepast voor pensioenregelingen en dat de overeengekomen 40-urige werkweek de ADV-uren compenseerde, maar dit verweer werd verworpen.
De rechter wijst de vordering van eiser toe tot betaling van € 2.307,51 bruto wegens niet toegekende ADV-uren, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 20 december 2023. Tevens wordt een wettelijke verhoging van 20% (€ 461,50) en buitengerechtelijke incassokosten van € 346,12 toegewezen. Gedaagde wordt ook veroordeeld in de proceskosten van € 1.064,42. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van niet toegekende ADV-uren, wettelijke verhoging, incassokosten en proceskosten.