Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Belastingdienst/Toeslagen omdat deze niet tijdig heeft beslist op haar verzoek om herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslagsituatie, ingediend op 29 oktober 2021. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres de Belastingdienst op 26 oktober 2023 in gebreke heeft gesteld, waarna de ingebrekestelling op 31 oktober 2023 is ontvangen.
De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst binnen tien weken na verzending van deze uitspraak een vooraankondiging moet doen, waarna eiseres zes weken de tijd krijgt om een zienswijze in te dienen. Vervolgens moet binnen twee weken na ontvangst van de zienswijze of het verstrijken van de termijn een besluit worden genomen. Voor het overschrijden van deze termijnen wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de Belastingdienst tot vergoeding van het griffierecht van €50 en proceskosten van €437,50 aan eiseres, omdat het beroep gegrond is verklaard. De rechtbank wijst een lagere wegingsfactor van 0,25 af en volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.