Eiseres heeft op 16 augustus 2021 een verzoek tot herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag ingediend. Verweerder heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, ondanks ingebrekestelling op 5 maart 2024. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en vernietigt het niet tijdig genomen besluit.
De rechtbank legt aan verweerder een termijn van zes weken op om een vooraankondiging te verzenden, gevolgd door een termijn van twee weken om het definitieve besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat deze termijnen worden overschreden.
Verder wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De rechtbank wijst een forfaitaire proceskostenvergoeding van €437,50 toe en wijst een verzoek om vergoeding van werkelijke kosten af, omdat geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond.