ECLI:NL:RBZWB:2024:6113
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na nekletsel
Eiser, werkzaam als uitzendkracht lasser, viel uit op 11 juni 2019 door nekklachten na een auto-ongeluk. Het UWV weigerde op 7 juni 2021 een WIA-uitkering toe te kennen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Eiser maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank beoordeelde het beroep op 4 juli 2024.
De medische beoordeling berustte op onderzoeken van een verzekeringsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b). De artsen constateerden beperkingen in nekbelasting, maar geen volledige arbeidsongeschiktheid. Het onderzoek was zorgvuldig, ondanks dat het b&b-onderzoek telefonisch plaatsvond. Eiser voerde aan dat zijn pijnklachten en vermoeidheid zijn beperkingen onderschatten, maar de rechtbank vond het medisch oordeel objectief en voldoende onderbouwd.
De arbeidsdeskundige stelde functies vast die passend zijn bij de beperkingen, waarop de mate van arbeidsongeschiktheid van circa 25-28% werd berekend. Eiser betwistte de geschiktheid van deze functies, maar de rechtbank vond geen aanleiding dit te volgen. Omdat de mate van arbeidsongeschiktheid onder de 35% ligt, is de weigering van de WIA-uitkering terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen recht op kostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is.