Eiser kreeg een voorschot zorgtoeslag toegekend voor 2022, gebaseerd op een geschat inkomen. Na een nabetaling pensioen werd het inkomen verhoogd, waarop de Dienst Toeslagen het voorschot herzag en terugvordering instelde.
Eiser betwistte dit en voerde aan dat de nabetaling voortkwam uit een fout van de pensioenverstrekker en dat terugvordering onredelijk is. De rechtbank oordeelt dat de nabetaling als inkomen moet worden beschouwd volgens de Wet op de Zorgtoeslag en dat de Dienst Toeslagen terecht het voorschot heeft herzien.
De rechtbank stelt dat financiële problemen en de oorzaak van de nabetaling geen bijzondere omstandigheden vormen om de terugvordering te matigen. Wel is besproken dat een fout van de Belastingdienst mogelijk leidt tot een latere aanpassing van het inkomen en matiging van de terugvordering.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en proceskosten worden niet vergoed. Eiser kan een betalingsregeling treffen en eventueel schadevergoeding zoeken bij de pensioenverstrekker.
De uitspraak is gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 3 september 2024.