ECLI:NL:RBZWB:2024:6283

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 september 2024
Publicatiedatum
11 september 2024
Zaaknummer
AWB-22_5281
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hersteluitspraak inzake misslag in naam heffingsambtenaar en proceskostenverdeling WOZ-zaak

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 11 september 2024 een hersteluitspraak gedaan ter verbetering van de uitspraak van 12 juni 2024 in een WOZ-zaak. De heffingsambtenaar had een herzieningsverzoek ingediend vanwege een onjuiste vermelding van zijn naam in de oorspronkelijke uitspraak en een foutieve toebedeling van proceskosten.

De rechtbank stelde vast dat de naam van de heffingsambtenaar onjuist was vermeld als 'Sabewa Zeeland' in plaats van 'Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland'. Tevens werd in de overweging ten onrechte vermeld dat de proceskosten door de heffingsambtenaar moesten worden betaald, terwijl het dictum correct vermeldde dat de Staat deze kosten draagt.

De rechtbank heeft deze misslagen hersteld en verduidelijkt dat de uitspraak aldus moet worden gelezen. Voor het overige zijn geen herstelmaatregelen getroffen. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen hoger beroep of ander rechtsmiddel open tegen deze hersteluitspraak.

Uitkomst: De rechtbank herstelt de naam van de heffingsambtenaar en corrigeert de proceskostenverdeling in de uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/5281
hersteluitspraak van 11 september 2024 ter verbetering van de uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2024 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,

(gemachtigde: mr. R. van der Weide, verbonden aan Bezwaarmaker.nl),
en
de heffingsambtenaar van Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland(gemeente Schouwen-Duiveland),
en

de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid).

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in deze zaak op 12 juni 2024 uitspraak gedaan. De heffingsambtenaar heeft op 7 augustus 2024 een herzieningsverzoek ingediend. Hierin heeft de heffingsambtenaar aangegeven dat in de uitspraak de naam van de heffingsambtenaar onjuist is opgenomen. Tevens worden de proceskosten in overweging 10.1 toebedeeld aan de heffingsambtenaar en in de beslissing wordt de Staat veroordeeld.
1.1.
De rechtbank stelt vast dat de uitspraak van de rechtbank een misslag bevat. Op pagina 1 van de uitspraak staat als naam van de heffingsambtenaar “Sabewa Zeeland”.
1.2.
Ter voorkoming van misverstanden wordt deze misslag hierbij hersteld. Herstel van de misslag brengt mee dat de naam van de heffingsambtenaar komt te luiden: “Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland”.
1.3.
De rechtbank heeft in rechtsoverweging 10.1 van de uitspraak onder meer overwogen:
“[…] De vergoeding bedraagt dus € 218,75, te betalen door de heffingsambtenaar.”
1.4.
De rechtbank is van oordeel dat daar had moeten staan.
“De vergoeding bedraagt dus € 218,75, te betalen door de Staat.”
1.5.
De rechtbank merkt op dat het dictum correct is en dit leidend is.
1.6.
Hetgeen de heffingsambtenaar voor het overige aanvoert,, betreft geen kennelijke misslag. Om die reden ziet de rechtbank geen aanleiding voor een herstelbeslissing daarin.

Beslissing

De rechtbank verbetert de misslag in de uitspraak op de wijze als hiervoor in 1.2 en 1.4 beschreven en verstaat dat de uitspaak aldus verbeterd moet worden gelezen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E. de Boer, in aanwezigheid van W.M.C. Oomen, griffier, op 11 september 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze hersteluitspraak staat geen hoger beroep dan wel een ander rechtsmiddel open (onder meer: arrest van de Hoge Raad van 3 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV2583 en van 6 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1449).