Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 september 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar van 29 juli 2022 (zie 1.2);
- vermindert de aangifteverzuimboete tot nihil;
- bepaalt dat de griffier van de rechtbank inzake het geheven griffierecht van € 184, een bedrag van € 134 aan belanghebbende terugbetaalt;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 50 aan belanghebbende vergoedt;
- beslist dat, voor zover het griffierecht niet tijdig wordt betaald, de wettelijke rente daarover is gaan lopen vier weken na de datum waarop deze uitspraak is gedaan.
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat de griffier van de rechtbank inzake het geheven griffierecht van € 184, een bedrag van € 134 aan belanghebbende terugbetaalt;
- beslist dat, voor zover het griffierecht niet tijdig wordt betaald, de wettelijke rente daarover is gaan lopen vier weken na de datum waarop deze uitspraak is gedaan.