Belanghebbende, een beleggingsfonds opgezet als een UCITS en kwalificerend als een Authorised Unit Trust, heeft in de jaren 2013 tot en met 2019 dividendbelasting ingehouden gekregen op dividenden van Nederlandse vennootschappen. Het fonds verzocht om teruggaaf van deze belasting, maar de inspecteur wees deze verzoeken af.
De rechtbank heeft in haar uitspraak van 14 oktober 2024 geoordeeld dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de participatiebewijzen (units) vrij verhandelbaar zijn. De prospectussen en trustakte bevatten bepalingen die de verhandelbaarheid beperken, waarbij de Manager het recht heeft om overdrachten te weigeren en units terug te kopen. Dit betekent dat het fonds niet als opbrengstgerechtigde kan worden beschouwd en daardoor geen recht heeft op teruggaaf van dividendbelasting.
Belanghebbende voerde aan dat het weigeren van teruggaaf een verboden de facto discriminatie zou zijn onder Unierecht, maar de rechtbank verwierp dit omdat het fonds geen recht heeft op de teruggaaf volgens het Nederlandse belastingrecht en de recente jurisprudentie van de Hoge Raad.
De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat belanghebbende geen recht heeft op teruggaaf van dividendbelasting noch op vergoeding van rente of proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.