Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Werkgever heeft bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werkneemster op grond van een verstoorde arbeidsverhouding en het ontbreken van mogelijkheden tot herplaatsing. De werkneemster erkende de verstoorde arbeidsrelatie en zag eveneens geen mogelijkheden tot herplaatsing.
De kantonrechter stelde vast dat de arbeidsverhouding onherstelbaar verstoord is en dat herplaatsing niet mogelijk is, wat een redelijke grond voor ontbinding oplevert volgens artikel 7:671b lid 1 onderdeel a BW in verbinding met artikel 7:669 lid 3 onderdeel Pro g BW. Hoewel er sprake is van een opzegverbod tijdens ziekte (artikel 7:670 lid 1 BW Pro), kan de arbeidsovereenkomst ontbonden worden omdat voortzetting de gezondheid en re-integratie van de werkneemster negatief zou beïnvloeden (artikel 7:671b lid 6 onder b BW).
Partijen bereikten overeenstemming over de financiële afwikkeling, inclusief de transitievergoeding. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 maart 2024. Iedere partij draagt haar eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 maart 2024 wegens een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding ondanks het opzegverbod tijdens ziekte.