Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 november 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
Vanochtend heeft u via de e-mail een wrakingsverzoek ingediend. Dit wrakingsverzoek heeft - conform de geldende procedure - de behandeld rechters van de meervoudige belastingkamer bereikt. De behandelend rechters hebben beslist om dit wrakingsverzoek naast zich neer te leggen in lijn met het geldende wrakingsprotocol (artikel 4, lid 3 van dat Protocol). De behandelend rechters slaan daarbij acht op de omstandigheid dat in zaak 22/1437 de wrakingskamer reeds bepaald heeft dat sprake is van misbruik van het wrakingsinstrument en dat een wraking op dezelfde gronden niet in behandeling wordt genomen. Uit de tekst van uw wrakingsverzoek volgt volgens de behandelend rechters dat sprake is van een herhaald verzoek op dezelfde gronden. Naar het oordeel van de behandelend rechters strekt het eerder uitgesproken verbod zich ook uit tot de zaken die vandaag aanvullend worden behandeld, aangezien deze op hetzelfde moment op zitting gepland staan en daarvoor hetzelfde procesverloop heeft plaatsgevonden als in de zaak 22/1437. De zitting op 25 september 2024 zal dan ook doorgaan.
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
De feiten en omstandigheden op grond waarvan een vergrijpboete wordt opgelegd betreffen;
- aftrek voorbelasting;
- intracommunautaire verwervingen;
- privégebruik auto.
Zitting
Wrakingsverbod