Eiseres heeft op 20 september 2023 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie betreffende de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks een ingebrekestelling op 2 oktober 2024. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een vooraankondiging moet verzenden aan eiseres. Daarna heeft verweerder nog twee weken om een definitief besluit te nemen na ontvangst van een eventuele zienswijze of na het verstrijken van de termijn voor het indienen daarvan. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast moet verweerder het griffierecht van € 51,- en een proceskostenvergoeding van € 437,50 aan eiseres betalen. De rechtbank wijst de lagere wegingsfactor van verweerder af en baseert zich op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 21 november 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.