Eiseres heeft op 23 juni 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zes maanden, met een mogelijke verlenging van zes maanden, een besluit genomen. Eiseres stelde verweerder op 11 februari 2023 in gebreke, waarna zij op 15 februari 2023 de ingebrekestelling ontving.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en vernietigt het niet tijdig genomen besluit. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken na verzending van het vonnis een vooraankondiging te verzenden, waarna binnen twee weken na ontvangst van een eventuele zienswijze een besluit moet volgen. Voor elke dag dat verweerder deze termijnen overschrijdt, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast moet verweerder het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres vergoeden en een proceskostenvergoeding van € 656,25 betalen wegens het indienen van een beroepschrift en verzetschrift. De rechtbank sluit de procedure zonder zitting en stelt partijen in de gelegenheid hoger beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.