Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 december 2024 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [plaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- dat het besluit van het college van 25 januari 2022 om in beginsel geen toestemming meer te geven aan huisvestingsprojecten voor arbeidsmigranten moet worden aangemerkt als beleidsregel in de zin van de regeling uit paraplubestemmingsplan Wonen;
- dat de motie van de gemeenteraad van 8 maart 2022 waarbij het college is opgedragen om bij de behandeling van bestaande initiatieven het belang van ondernemers uitdrukkelijk mee te wegen en om uitzonderingen van de tijdelijke vergunningenstop niet zonder meer uit te sluiten als de situatie daartoe aanleiding geeft, moet worden aangemerkt als een door het college toegepaste nuancering op deze beleidsregel;
- dat het project van eiseres om de woning geschikt te maken voor huisvesting van arbeidsmigranten moet worden aangemerkt als een ‘bestaand initiatief’ in de zin van deze motie;
- dat het college daarom ten onrechte geen afweging heeft gemaakt waarbij de belangen van eiseres zijn betrokken en dat de weigering om de omgevingsvergunning te verlenen in zoverre onzorgvuldig is voorbereid en ontoereikend is gemotiveerd.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het bestreden besluit van 12 december 2022 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het herstelbesluit van 8 juli 2024 ongegrond;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 365,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.187,50.