Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag over 2008 en 2009. De Belastingdienst/Toeslagen heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn op dit bezwaar beslist. Eiser stelde de Belastingdienst op 5 december 2023 in gebreke en startte vervolgens een bestuursrechtelijk beroep bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de beslistermijn van uiterlijk 1 december 2023 is overschreden. Hoewel de Belastingdienst een langere termijn van twintig weken nodig achtte vanwege het grote aantal bezwaarschriften, stelt de rechtbank een termijn van negen weken na verzending van deze uitspraak vast als redelijke termijn om alsnog te beslissen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de Belastingdienst niet binnen de gestelde termijn beslist. Tevens wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en een forfaitaire proceskostenvergoeding van € 437,50 aan eiser.
De rechtbank wijst af om een hogere dwangsom of een afwijkende proceskostenvergoeding toe te kennen, omdat geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 14 februari 2024.